Stikstof & vergunningen: stand van zaken per provincie

Als paardenhouder wil je vaak plannen voor de toekomst: uitbreiden, een nieuwe activiteit starten of een bestaand bedrijf aanpassen. Daarbij is het cruciaal om te weten wanneer een vergunning nodig is en wat de recente jurisprudentie betekent voor jouw mogelijkheden.

image

Op 18 december 2024 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) belangrijke uitspraken over intern salderen. Intern salderen, waarbij stikstofruimte binnen een bedrijf wordt verplaatst om nieuwe activiteiten mogelijk te maken, mag sindsdien alleen nog binnen een passende beoordeling bij een vergunning worden toegepast. Dit betekent dat het niet meer buiten een vergunningprocedure kan worden gebruikt. Belangrijk is dat het additionaliteitsvereiste strikt geldt: reducties mogen alleen worden ingezet als ze niet nodig zijn voor het herstel van Natura 2000‑gebieden. Deze uitspraak geldt ook terugwerkend voor activiteiten tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025, met een overgangsregeling tot 1 januari 2030.

Voor paardenhouders betekent dit concreet dat elke verandering die stikstofrelevante effecten heeft, zoals bedrijfsaanpassingen of uitbreidingen, juridisch beoordeeld moet worden binnen het kader van een vergunning. Provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en hebben verschillende mate van uitwerking van het nieuwe beleid.

 

Provinciaal overzicht van vergunningverlening en stikstof

Om snel inzicht te geven in de situatie per provincie hebben we de belangrijkste feiten samengevat in onderstaande tabel:

image

In Gelderland is het beleid flink aangepast. Intern salderen kan alleen binnen een vergunningprocedure en moet voldoen aan het additionaliteitsvereiste. De provincie heeft stikstofarme zones rond Natura 2000‑gebieden ingesteld. Nieuwe stikstofrelevante activiteiten zijn in deze zones beperkt toegestaan, tenzij er uitzonderingen van publiek belang of aantoonbare reducties worden toegepast. Vergunningverlening is voorlopig alleen mogelijk in gebieden waar de natuur robuust genoeg is en onder strikte voorwaarden.

In Noord‑Brabant wordt vergunningverlening voor stikstofrelevante activiteiten momenteel zeer beperkt toegestaan. Intern salderen is vergunningsplichtig geworden en aanvragen uit de periode 2020–2025 vallen onder de overgangsregeling tot 2030. De provincie stimuleert reducties via meldingen en koopt stikstofruimte aan voor provinciale projecten, maar uitbreiding van activiteiten is zonder aanvullende reducties vaak niet toegestaan.

Overijssel heeft vergunningverlening tijdelijk opgeschort tot 1 februari 2026. Lopende aanvragen worden aangehouden. Intern salderen kan alleen binnen een vergunningprocedure en volgens het additionaliteitsvereiste. De provincie werkt aan een gebiedsgerichte aanpak, gekoppeld aan de Landbouwvisie 2040, maar het toetsingskader voor nieuwe aanvragen is nog in ontwikkeling.

In Friesland is het nieuwe juridische kader nog niet volledig afgerond. Het Frysk Programma Landelijk Gebied richt zich op stikstofreductie en natuurherstel, maar concrete toetsingsregels voor intern salderen binnen vergunningen ontbreken voorlopig. Vergunningverlening valt nog grotendeels onder het oude beleid.

Flevoland heeft nog geen volledig geactualiseerd juridisch kader. Sommige documenten verwijzen nog naar het oude beleid dat niet meer voldoet aan de uitspraak van de Raad van State. Hierdoor is vooralsnog geen formeel toetsingskader beschikbaar bij vergunningverlening.

In Utrecht werkt de provincie aan het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) 2026–2035, waarin maatregelen rond stikstof en natuurherstel gecombineerd worden. Hoewel de uitgangspunten duidelijk zijn, zijn de formele provinciale regels voor intern salderen nog niet vastgesteld, waardoor vergunningverlening beperkt blijft.

Drenthe heeft nog geen volledig juridisch kader voor intern salderen. De provincie erkent dat de uitspraak de vergunningverlening bemoeilijkt en werkt samen met het Rijk aan instrumenten om deze weer mogelijk te maken. Tot die tijd blijft het voor initiatiefnemers afhankelijk van toekomstige beleidsuitwerking.

In Limburg heeft de provincie het Limburgs Offensief Stikstof (LOS) gepresenteerd, een programma dat expliciet inspeelt op de nieuwe jurisprudentie. Vergunningverlening is gekoppeld aan een zeven‑stappen‑systeem, waarin eerst stikstofreducties moeten worden gerealiseerd voordat intern salderen kan worden ingezet. Dit biedt ondernemers een juridisch kader en geeft duidelijkheid over de toepassing van het additionaliteitsvereiste.

Zeeland heeft het Stikstofplan “Zeeland op weg naar herstel” vastgesteld, waarin intern salderen vergunningplichtig blijft en de additionaliteitsvereisten worden toegepast. De provincie benadrukt dat eerst concrete maatregelen voor natuurherstel moeten worden uitgevoerd voordat vergunningverlening op grotere schaal mogelijk is.

image

Wat betekent dit voor paardenhouders?

Voor paardenhouders geldt dat vergunningen voor veranderingen met stikstofeffecten altijd juridisch getoetst moeten worden. Intern salderen is geen vrijbrief meer; het mag alleen nog binnen een passende beoordeling en met aantoonbare additionaliteit. Provincies verschillen sterk in de mate waarin ze al een juridisch toetsingskader hebben, waardoor het per provincie kan verschillen hoe snel nieuwe vergunningen mogelijk zijn.

Het advies voor paardenhouders is daarom duidelijk: raadpleeg altijd de actuele provinciale regels voordat je plannen maakt die stikstofrelevante effecten hebben, zodat je juridische problemen en vertragingen voorkomt.

 

Bronnen:

RvS: rechtspraak intern salderen
Omgevingsweb: een jaar na de 18 december‑uitspraak
 

 

Heb je nog vragen? Ik sta graag voor je klaar.

Feije Smies - van Eijndhoven

Feije Smies - van Eijndhoven

Expert en strategisch adviseur hippische ruimtelijke ordening