Wat betekent stikstof in 2025 voor paardenhouderij en paarden aan huis? Praktische uitleg over natuurvergunning, risico’s en kansen.
Eén jaar na de stikstofuitspraken van 18 december 2024: wat betekent dit voor paarden aan huis en hippische ondernemers? Wat kan nog wél en waar moet je op letten?
Een ding is duidelijk: het stikstofdossier is allesbehalve duidelijk.
Vaak krijgen we van hippische ondernemers dezelfde herkenbare vraag:
“Ik heb een milieuvergunning, dan is stikstof toch gewoon geregeld?”
En van particuliere paardenhouders krijgen we standaard deze opmerking:
“Ik heb helemaal geen bedrijf, ik heb gewoon mijn paarden aan huis. Dan heb ik toch niets met stikstof te maken?”
De uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 over intern salderen hebben het speelveld fundamenteel veranderd. Daar bovenop kwamen in 2025 de Greenpeace-uitspraak, de discussie over een ondergrens voor stikstofberekeningen en een nieuwe update van AERIUS Calculator.
In deze blog nemen we je mee door die ontwikkelingen en staan we stil bij de vraag: wat kan er nu nog wél, en wat niet meer?
18 december 2024: de dag dat intern salderen “terug de vergunning in” ging
Op 18 december 2024 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken over stikstof, rond de Amercentrale en Rendac.
De kern in gewone mensentaal:
- Intern salderen is weer vergunningplichtig.
Waar intern salderen jarenlang werd gebruikt als route om géén natuurvergunning nodig te hebben, zegt de Raad van State nu: intern salderen hoort gewoon in de passende beoordeling en dus in de natuurvergunning thuis. - De nieuwe lijn geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020.
Activiteiten die na 1 januari 2020 zijn gestart of gewijzigd, en waarbij men destijds dacht dat intern salderen genoeg was zonder vergunning, kunnen nu alsnog vergunningplichtig blijken. - Er geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2030.
In die periode mag de overheid niet alleen vanwege het ontbreken van een natuurvergunning meteen gaan handhaven, mits je al vóór 1 januari 2025 rechtmatig draaide. Maar dat uitstel verandert niets aan de kern: uiteindelijk moet er wél een vergunning liggen.
Belangrijk detail: de Afdeling trekt het beoordelingskader voor intern en extern salderen gelijk. De stikstofruimte waarmee je wilt salderen moet 'additional' zijn, dus bovenop wat toch al nodig is voor natuurherstel.
Voor hippische ondernemers en particulieren betekent dit dat veel situaties die jarenlang 'grijs' waren, nu ineens zwart-wit worden:
óf er is een natuurvergunning, óf er is een probleem dat opgelost moet worden.
2025: Greenpeace, ondergrens-discussie en AERIUS 2025
Greenpeace vs. de Staat: het 2030-doel moet gehaald worden
Op 22 januari 2025 oordeelde de rechtbank Den Haag in de zaak van Greenpeace tegen de Staat dat Nederland zijn wettelijke stikstofdoel voor 2030 moet halen: in 2030 moet minstens 50% van de stikstofgevoelige natuur onder de kritische depositiewaarde (KDW) zitten. Haalt de Staat dat niet, dan volgt een dwangsom van 10 miljoen euro.
De boodschap is helder: De ruimte om 'wat te schuiven' met stikstof is politiek en juridisch kleiner geworden. De druk om depositie écht te verminderen neemt toe.
De rekenkundige ondergrens van 1 mol: veel discussie, nog geen duidelijk kader
In 2025 kwam de discussie over een rekenkundige ondergrens in een stroomversnelling. Het kabinet heeft de Raad van State om voorlichting gevraagd over een ondergrens van 1 mol/ha/jaar (met 0,5 mol als afrondingsgrens) voor AERIUS-berekeningen.
De Afdeling advisering publiceerde op 26 mei 2025 haar reactie en was kritisch: een harde ondergrens brengt volgens haar “niet geringe risico’s” mee onder de Habitatrichtlijn. Bovendien kun je niet simpelweg zeggen dat depositie onder die grens “er niet toe doet”, alleen omdat de modellen het niet betrouwbaar kunnen meten.
Belangrijk voor de praktijk:
Anno eind 2025 is er nog geen juridisch verankerde rekenkundige ondergrens. In de vergunningverlening wordt in de praktijk nog steeds gewerkt met AERIUS en de uitkomst:
- komt de bijdrage ergens boven de 0,00 mol/ha/jaar uit, dan wordt stikstof juridisch relevant;
- alleen als de bijdrage op alle relevante hexagonen 0,00 blijft én er geen salderen speelt, kun je nog spreken van 'geen stikstofprobleem'.
Voor paardenhouders en PAS-melders met relatief kleine emissies is dat een harde boodschap.
AERIUS Calculator 2025: zelfde plan, andere uitkomst
In september 2025 is AERIUS Calculator 2025 gepubliceerd. RIVM heeft de emissiefactoren, achtergronddepositie en natuurdata geactualiseerd. Dat betekent dat dezelfde activiteit in AERIUS 2025 een andere uitkomst kan geven dan in 2024.
Voor lopende of geplande hippische projecten is het dus essentieel om te werken met de laatste versie van AERIUS en niet te varen op een berekening van een paar jaar geleden.
Milieuvergunning is géén stikstofvergunning
Terug naar die eerste stikstofvraag van vele hippische ondernemers:
“Ik heb een milieuvergunning, dan is toch alles geregeld?”
Een begrijpelijke gedachte, maar juridisch onjuist.
Een milieuvergunning (nu: vergunningplichtige milieubelastende activiteit) gaat over jouw bedrijf en de directe leefomgeving: geluid, geur, mest, luchtverontreiniging, afvalstoffen, verkeer. De gemeente of provincie kijkt of je activiteiten passen binnen de regels en het omgevingsplan.
Een natuurvergunning gaat over iets heel anders: de effecten op Natura 2000-gebieden, en dan met name de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats.
Je kunt dus:
een keurige milieuvergunning hebben,
en toch een stikstofprobleem hebben richting Natura 2000.
In de praktijk zien we regelmatig dat oude milieuvergunningen voor maneges en pensionstallen nooit echt vanuit stikstof zijn doorgelicht. Zolang niemand daarom vroeg, leek het 'gedekt'. Nu de rechtspraak strenger is geworden, komt die stikstofcomponent alsnog op tafel en blijkt dat bedrijven alsnog een natuurvergunning nodig hebben, of dat de bestaande natuurvergunning niet meer voldoet aan de huidige eisen.
“Ik heb geen bedrijf, dus stikstof geldt niet voor mij”… toch wel
Bij particulieren hoor ik vaak de andere reflex:
“Ik heb geen bedrijf, ik heb gewoon paarden aan huis. Dan val ik toch buiten al die stikstofregels?”
Voor stikstof maakt het niet uit in welke hoedinigheid je paarden houdt en of je ingeschreven staat bij de KvK of winst maakt.
Er wordt gekeken naar de feitelijke situatie:
- Zijn er paarden?
- Zijn er stallen, overkappingen, een mestopslag?
- Hoeveel tijd brengen die dieren binnen door?
- En wat betekent dat voor de emissie en de depositie in Natura 2000?
Als je met AERIUS rekent en er komt ergens een depositie boven 0,00 mol/ha/jaar uit op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, dan is de activiteit – bedrijfsmatig of niet – in principe vergunningplichtig.
Dat betekent dat ook een particulier met een paar paarden aan huis in sommige gebiede gewoon vergunningplichtig is.
Afgelopen jaar maakte wij een AERIUS-berekening voor een klant die dicht tegen Natura 2000 gebied aanlag. We wilde weten hoeveel pony’s er zonder stikstofdepositie en dus zinder vergunningplicht gehouden konden worden. We gaan dan altijd de ondergrens opzoeken middels de AERIUS-calculator. Wat bleek zelfs al met het houden van 2 kippen was de locatie vergunningsplichtig omdat de twee kippen al zorgde voor een hogere uitstoot dan 0,00 mol/ha/jr.
De paardenhouders hebben een lage uitstoot maar zijn toch vergunningplicht, en dan?
Juist bij paardenhouderij speelt een wrange situatie.
Veel hippische locaties hebben:
- relatief weinig dieren,
- relatief lage emissies vergeleken met intensieve veehouderij,
- en vaak ook een groene, natuurinclusieve uitstraling.
Toch zijn ze vergunningsplichtig, zodra de bijdrage aan stikstofdepositie volgens AERIUS boven 0,00 mol uitkomt en er geen robuuste referentiesituatie met stikstofruimte is.
Daar komt bij dat intern salderen voor deze groep vaak geen realistische route is:
- Er is nooit een natuurvergunning aangevraagd;
- Er is geen referentiesituatie;
- Of de historische situatie was zo kleinschalig dat er nu vrijwel geen saldeerruimte over is.
Dan blijft in theorie extern salderen of het 'kopen' van stikstofruimte over.
Op papier een oplossing, in de praktijk voor paardenhouders vaak ingewikkeld:
- de benodigde hoeveelheden stikstof zijn klein;
- saldopartners zijn liever grote hoeveelheden in één keer kwijt;
- de administratieve en juridische papierwinkel weegt voor verkopers vaak niet op tegen de opbrengst van het 'beetje' stikstof dat een hippische locatie nodig heeft.
Het gevolg is een markt waar juist de kleine, zorgvuldige paardenhouder klem kan komen te zitten. Precies daar is strategisch maatwerk nodig: emissiereducerende maatregelen, slimme ruimtelijke keuzes, of soms de conclusie dat verplaatsen of verkleinen op termijn de enige houdbare route is.
PAS-melders: meer tijd, maar geen echte rust
Naast de 'gewone' vergunningplichtigen is er de speciale groep PAS-melders: bedrijven die onder het oude Programma Aanpak Stikstof netjes een melding hebben gedaan, omdat ze destijds geen vergunning nodig hadden. Die groep hangt al jaren in de lucht.
Eind 2024 is besloten het legalisatieprogramma voor PAS-melders met drie jaar te verlengen, tot 2028.
Dat klinkt als goed nieuws – meer tijd, minder kans op directe handhaving – maar de werkelijkheid is complexer:
- De stikstofruimte waarop eerdere legalisatieplannen waren gebaseerd, moet in veel gevallen opnieuw worden doorgerekend.
- Die herberekening pakt niet zelden ongunstiger uit: minder rechten dan gedacht, een groter 'gat' dat de overheid moet compenseren.
- Op alle legalisaties ligt nu bovendien een zware additionaliteitstoets: de compensatie mag niet al elders zijn “gebruikt” of verplicht zijn vanuit ander beleid.
Voor PAS-melders die nog in het traject zitten, betekent dit:
wachten én tegelijk scherp blijven op de inhoud van het nieuwe vergunningbesluit.
Voor PAS-melders die dachten dat ze klaar waren, bijvoorbeeld met een positieve weigering of een traject dat leunde op intern salderen, geldt nu:
Als er nooit een échte natuurvergunning is afgegeven of een goede referentiesituatie is, ben je alsnog vergunningplichtig, met een overgangsperiode die “uitstel” geeft, maar geen 'afstel'.
Wat betekent dit concreet voor hippische ondernemers?
Voor professionele hippische bedrijven is de kernvraag niet meer:
“Heb ik ooit iets van een vergunning gehad?”
maar:
“Heb ik een deugdelijke natuurvergunning die past bij wat ik nu doe en bij wat ik in de toekomst wil?”
En daarbij hoort:
- een kloppende referentiesituatie (wat was er vergund, wat was er feitelijk, wat telt mee?);
- een AERIUS-berekening op basis van de actuele versie;
- een eerlijke check of intern salderen nog iets oplevert, of dat emissiereductie of extern salderen nodig is.
Elke uitbreiding: meer paarden, nieuwe stal, overkapping, verplaatsen van de mesthoop, niet meer pony’s houden maar inwisselen voor wat paarden, raakt tegenwoordig bijna automatisch het stikstofdossier. Zeker in provincies met veel Natura 2000-gebieden en strenge beleidskaders.
Paarden aan huis
Voor particulieren met paarden aan huis geldt helaas precies het zelfde .
Belangrijke vragen:
- Hoeveel paarden staan er (structureel, niet incidenteel)?
- Hoe wordt er gehuisvest: veel binnen, veel buiten, schuilstallen, overkappingen?
- Hoe ligt het perceel ten opzichte van Natura 2000-gebieden?
Een paar extra boxen, een nieuwe schuilstal of het ombouwen van een oude kapschuur naar stal lijkt vaak 'klein'. In het stikstofkader kan juist die kleine stap het verschil maken tussen géén vergunningplicht en wel vergunningplicht. Bij alle plannen voor paarden, en paardenstallen is het raadzaam om een AERIUS-berekening te (laten) maken.
Wat kun je nu wel doen?
Het stikstofdossier is ingewikkeld, maar niet hopeloos. Wie zijn huiswerk goed doet, houdt opties.
Enkele richtinggevende stappen:
- Breng je uitgangssituatie scherp in beeld.
Wat is er vergund, wat is er feitelijk, en wat is er door de jaren heen gewijzigd? - Reken met de actuele AERIUS-versie.
Oude berekeningen zijn geen basis meer voor nieuwe besluiten. - Toets eerlijk of intern salderen nog iets oplevert.
Niet iedere historische stal of vergunning levert nog bruikbare stikstofruimte op nu het additionaliteitsvereiste geldt. - Kijk naar slimme koppelkansen.
Emissiereductie, landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en goede landschappelijke inpassing kunnen niet alles oplossen, maar helpen vaak om een project bestuurlijk en maatschappelijk wél bespreekbaar te maken. - Wacht niet tot 2029 als je onder de overgangsregeling valt.
Voor bedrijven die onder de overgangsperiode tot 1 januari 2030 vallen, geldt: hoe later je begint, hoe groter de kans dat je tegen de klok in gaat werken.
Tot slot
Eén jaar na 18 december 2024 is duidelijk dat stikstof niet meer 'iets van de veehouderij' is, maar ook de hippische sector en particulieren met paarden aan huis vol raakt. Een milieuvergunning is geen vrijbrief. Zowel particulieren als bedrijven kunnen vergunningplichtig zijn, waarbij geldt: Een lage uitstoot is niet automatisch géén stikstofprobleem.
Dat is confronterend.
Maar wie tijdig in kaart brengt waar hij staat, snapt wat de regels vragen en strategisch nadenkt over zijn locatie, krijgt wel weer handelingsperspectief.
Wil je je eigen situatie tegen dit nieuwe kader aanhouden – als particulier met paarden aan huis of als hippische ondernemer – dan begint het altijd bij dezelfde vraag:
wat doe ik echt op mijn locatie, wat is daarvan vergund en wat betekent dat in AERIUS anno nu?
Van daaruit kun je bouwen of bijsturen. En in ieder geval: bewust kiezen.
Hulp nodig? Bij ons is Lisa van Gils de stikstof expert, zij kan u helpen bij het adviseren en het maken van de benodigde AERIUS-berekeningen.