Paard aan huis wat kan en mag?

De meest gestelde vragen aan Mount Advies over paarden aan huis
Steeds meer mensen willen paarden aan huis houden. Het lijkt zo eenvoudig: je koopt een huis met land, zet er een stal en een schuilstal neer, en je bent klaar. In de praktijk merken wij bij Mount Advies dat de vragen dan pas beginnen. Hoeveel paarden mag je als particulier houden? Hoe groot moeten stal, weide en schuilstal zijn? En wat mag ruimtelijk en juridisch wel en niet?

image

In deze blog beantwoorden we de meest gestelde vragen over paarden aan huis. We combineren daarbij paardenwelzijn, ruimtelijke ordening en de regels onder de Omgevingswet. Zodat je niet alleen weet wat 'ongeveer de richtlijn' is, maar ook hoe je hier in de praktijk verstandig mee omgaat.


Hoeveel paarden mag ik als particulier houden?

Er is in Nederland geen één landelijk getal dat altijd geldt. De vraag “hoeveel paarden mag ik houden?” hangt af van drie dingen: de milieuregels, het onderscheid tussen hobby en bedrijf, en de regels in het (tijdelijke) omgevingsplan van jouw gemeente. En dan hebben we het nog niet over stikstof gehad.


Onder de Omgevingswet zie je in de praktijk veelal dat vier paarden bij een woning als hobbymatig worden gezien. Gemeenten mogen die grens in hun omgevingsplan naar boven of beneden bijstellen. Bij meer paarden, structurele lessen of pensionklanten ontstaat eerder een bedrijfsmatig karakter en kunnen milieuregels en vergunningplichten een rol gaan spelen. Deze activiteiten mogen niet bij een standaard burgerwoning uitgeoefend worden.


Wij toetsen op verschillende sporen:

  1. Ruimtelijke spoor: Wat mag er op basis van de regels van de gemeente en de vaste jurisprudentie.
  2. Milieuspoor: Vanaf hoeveel paarden moet er een milieumelding gedaan worden. Wat veel mensen denken is dat dit enkel geldt voor bedrijven maar daar maakt de Omgevingswet geen onderscheid in.
  3. Natuurspoor: Op basis van de hoeveelheid stikstof die je produceert en de afstand tot nature 2000 gebied wordt bepaald hoeveel paarden gehouden kunnen worden zonder een vergunningplicht.

 

De kern: het gaat nooit alleen om het getal. De overheid kijkt naar aantallen, perceelgrootte, ligging, gebruik, hinder voor de omgeving en de bestemming. In onze praktijk beoordelen we daarom altijd het hele plaatje en niet alleen "zijn vier paarden bij huis toegestaan?".

image

Waarop moet je letten bij de bouw van een stal?

Bij de bouw van een stal gaat het niet alleen om afmetingen, maar vooral om de juridische ruimte die het omgevingsplan toelaat, het paardenwelzijn en de praktische indeling van je erf.


Allereerst moet de stal passen binnen de gebruiks- en bouwregels. Mag er op jouw perceel überhaupt een dierenverblijf worden gebouwd? En mogen er überhaupt dieren gehouden worden? Dat verschilt per bestemming (wonen, gemengd, agrarisch), maar ook per gemeente. Voor het bouwen heb je vaak een bouwvergunning nodig, dat heet nu geen vergunning meer maar een 'activiteit'. Hierbij is het zinvol om van te voren te onderzoeken of er op je pervceel nog mogelijkheden zijn om vergunnigsvrij te bouwen. Dat kan een hoop papierwerk en kosten schelen.


De wet schrijft niet exact voor hoe een stal eruit moet zien, maar wel dat de huisvesting veilig, gezond en diervriendelijk moet zijn. Droge ligplaatsen, voldoende beschutting, goede ventilatie, daglicht en het voorkomen van letsel zijn daarbij randvoorwaardelijk.


Ook de ligging van de stal op het erf is belangrijk. Een stal die 'net past' op de kaart, kan in de dagelijkse praktijk onhandig zijn. Denk aan looplijnen tussen stal, paddock, rijbaan en mestopslag, maar ook aan zichtlijnen in het landschap, het aanzicht vanaf de weg en de afstanden tot buren. Bij Mount Advies kijken we daarom altijd eerst naar de ruimtelijke logica van het erf en daarna pas naar de lijnen op de kaart. Een stal die juridisch klopt maar praktisch onwerkbaar is, geeft vroeg of laat problemen.


Bestemming/omgevingsplan: mag hier een stal, en zo ja, hoe groot en waar op het erf?
Welzijnseisen: voldoende ruimte, daglicht, ventilatie en veilige materialen.
Ligging op het erf: zichtlijnen, afstanden tot buren, landschappelijke inpassing.
Praktische looplijnen: logische routes tussen stal, paddock, weide, rijbaan en mestopslag.
Bij Mount Advies beginnen we daarom niet bij de bouwtekening, maar bij de erfinrichting als geheel. Een stal die op papier mag, maar in de praktijk onlogisch ligt, gaat vroeg of laat problemen geven; bij jou, bij je paarden of bij de gemeente.

image

Hoe groot moet de stal van een paard zijn?

De Sectorraad Paarden gaat ervan uit dat een paard voldoende ruimte moet hebben om te gaan liggen, op te staan, zich om te draaien en sociaal contact te hebben. In de praktijk betekent dit dat veel rijpaarden goed uitkomen met een box van ongeveer drieënhalve bij drieënhalve meter. Kleinere maten, zoals drie bij drie meter, worden in toenemende mate als te krap gezien.

  • De minimale boxmaat voor paarden is 10 m².
  • De minimale boxmaat voor pony’s kleiner dan 1,56 meter is (2x stokmaat)².
  • Wanneer er een hoog drachtige merrie of een merrie met veulen in de box gestald wordt, is de minimale box maat 12 m².
  • Deze maten gelden niet als minimaal wanneer er meer dan 8 uur per dag vrije beweging geboden wordt.

Bij de afmetingen gaat het niet alleen om het totale aantal vierkante meters, maar ook om de verhouding tussen lengte, breedte en hoogte. De kortste wand moet lang genoeg zijn zodat het paard zich comfortabel kan bewegen. De hoogte moet voldoende zijn om letsel te voorkomen en voor een goede luchtkwaliteit te zorgen. Ventilatie en daglicht zijn minstens zo belangrijk als de vloeroppervlakte.


De sectorafspraken over minimale boxmaten worden de komende jaren steeds belangrijker. Ze vormen niet alleen een richtlijn voor eigenaren en bezoekers, maar ook een toetsingskader voor toezichthouders en gemeenten. In onze adviezen kiezen we er vaak voor om ruimer te gaan dan de ondergrens. Een paar extra vierkante meters leveren in de praktijk meer comfort voor het paard, meer flexibiliteit in het gebruik en een sterker verhaal richting gemeente en toezichthouders op.
Vanaf 2027 worden deze maten, op initiatief van de Sectorraad Paarden, als ondergrens gehanteerd: dit zijn dan niet alleen adviezen, maar de minimale boxmaten waar stallen aan moeten voldoen.


Onderzoek laat zien dat paarden in grotere boxen vaker liggen, zich gemakkelijker kunnen omdraaien en natuurlijker gedrag laten zien. In de praktijk adviseren wij daarom vaak ruimer dan de ondergrens te bouwen, bijvoorbeeld richting 3,5 × 3,5 meter voor rijpaarden. Die paar extra vierkante meters zorgen voor meer comfort, een betere luchtverdeling en een sterker verhaal richting toezichthouders.

 

Wat is de richtlijn voor een paardenweide?

Voor de grootte van een paardenweide bestaat geen harde wettelijke norm, maar wel een breed gedragen richtlijn uit de praktijk. Een veelgebruikte vuistregel is:
0,5 tot 1 hectare per paard als je ook het ruwvoer voor de winter van de weide wilt halen;
als je ruwvoer bijvoert, kan 1 hectare weiland ongeveer vier paarden dragen.


Deze richtlijn is nadrukkelijk afhankelijk van bodemkwaliteit, grasbeheer en beweidingsvorm. Een weide die slim wordt beheerd, met rotatie, rustperiodes en een combinatie met paddocks of een track, kan veel meer hebben dan een perceel dat het hele jaar door wordt 'stukgelopen'.


Vanuit dierenwelzijn, het ruimtegebrek, regels uit de ruimtelijke ordening en landschapskwaliteit kijken we verder dan alleen de oppervlakte. Weidepercelen bepalen het aanzicht van je erf en de samenhang met het omliggende landschap. Een goed ontworpen paardenweide, met hagen, bomenrijen en logische verkaveling, kan bijdragen aan biodiversiteit en bodemverbetering, en vormt een sterk argument richting gemeente en provincie dat jouw paardenhouderij geen verrommeling is, maar een kwaliteitsverbetering van het buitengebied.

image

Hoe groot moet een schuilstal zijn voor paarden?

Bij een schuilstal gaat het om twee principes: alle paarden moeten tegelijk kunnen schuilen, en er moeten altijd vluchtroutes zijn zodat dieren van lagere rangorde niet in een hoek worden gedreven. In de praktijk sluit de stalmaat voor een schuilstal vaak aan bij de stalmaat voor individuele huisvesting, maar dan met extra lengte of breedte omdat meerdere paarden tegelijk gebruikmaken van de ruimte.


Voor de praktijk zijn dit zinvolle richtlijnen:

  • Voor één paard: een oppervlakte vergelijkbaar met een ruime box (circa 10 m² of meer).
  • Voor twee of meer paarden: liever een langwerpige schuilstal dan een bijna vierkante, zodat paarden elkaar makkelijk kunnen passeren.
  • Een hoogte van minimaal circa 2,5 meter voor voldoende ventilatie en veiligheid.


Veel gemeenten hebben inmiddels beleid voor schuilstallen in het buitengebied met maximale oppervlakten, hoogtes en afstanden tot perceelsgrenzen, juist om het landschap open te houden en verrommeling tegen te gaan. In onze plannen ontwerpen we schuilstallen daarom nooit los, maar altijd als onderdeel van het totale erfbeeld.


Is een schuilstal wettelijk verplicht?

De Wet dieren en het Besluit houders van dieren schrijven voor dat dieren beschermd moeten worden tegen ongunstige weersomstandigheden en altijd de beschikking moeten hebben over een droge ligplaats en veilige huisvesting. Een droge ligplaats wordt in onze rechtsspraak anders beoordeeld dan een schuilstal. Hier wordt een wezenlijk onderscheid in gemaakt.


De Tweede Kamer heeft daarnaast enkele jaren terug een motie aangenomen die schuilmogelijkheden in de wei verplicht stelt, hier is echter tot op heden nog geen uitvoering aangegeven. In de Gids voor Goede Praktijken en bijvoorbeeld ook in het FNRS-kwaliteitsbeleid is die eis al langer opgenomen: paarden moeten beschutting kunnen zoeken tegen zon, regen, wind en kou.


Wat betekent dat in de praktijk?
Functioneel is een schuilstal of schuilhok in het Nederlandse klimaat vaak de meest betrouwbare manier om aan je zorgplicht te voldoen. Beschutting alleen via bomen of houtwallen is niet in elke situatie voldoende.


Ruimtelijk is het bouwen van een schuilstal niet overal zomaar toegestaan. Gemeenten en provincies zijn terughoudend vanwege landschapsbescherming en ruimtelijke kwaliteit. Dat maakt het realiseren van een schuilstal vaak een vergunningstechnische puzzel. Ook de jurisprudentie helpt hierin niet mee. Afgelopen jaar zijn meermaals zaken verloren waarbij de rechter oordeelde: het bestemmingsplan laat een schuilstal niet toe dus je mag een schuilstal niet bouwen op dit perceel en je zult je dieren dus elders onderdak moeten geven.


Daarmee ontstaat het spanningsveld dat wij dagelijks in onze praktijk zien: je moet droge ligplaatsen bieden, maar je mag niet zomaar overal bouwen. De kunst is om een plan te maken dat zowel het dierenwelzijn als het landschap recht doet, en dat ruimtelijk en juridisch goed onderbouwd is.

image

Van zoekvraag naar plan: zo pak je paarden aan huis slim aan

Als je deze blog leest, is de kans groot dat je al een locatie hebt (of er één op het oog) en dat je vooral wilt weten wat er wél kan. De kunst is om de stap te zetten van losse vragen en beslissingen naar een doordacht totaalplan voor jouw paarden aan huis.


Wij merken dat projecten het beste lopen als je drie stappen serieus neemt:

  1. Breng je plan scherp in beeld
    Hoeveel paarden wil je houden, nu én in de toekomst? Welke huisvesting, welke weidegang, welke voorzieningen (rijbaan, longeercirkel, paddocks, schuilstallen, opslag) zijn daarvoor nodig?
  2. Leg je plan naast regels en omgeving
    Past dit binnen het omgevingsplan, de bestemming, de milieuregels en het landschap? Hoe verhouden aantallen paarden en bebouwing zich tot perceelgrootte, buren en bestaande kwaliteiten van het gebied?
  3. Ga pas daarna naar de gemeente
    Niet met een half idee, maar met een haalbaar en onderbouwd plan. Ambtenaren krijgen veel verzoeken; projecten waarvan duidelijk is dat er goed is nagedacht over aantallen, inpassing, dierenwelzijn en verkeer, worden veel serieuzer genomen dan ruwe schetsen.

Bij Mount Advies starten we vaak met een strategisch adviesrapport: één overzichtelijk document waarin we alle relevante regels, kansen en risico’s voor jouw paardenlocatie in kaart brengen. Van daaruit kun je beslissen of je moet bijsturen, opschalen, een ander perceel zoeken of met vertrouwen de vergunningfase ingaan.

Heb je nog vragen? Ik sta graag voor je klaar.

Feije Smies - van Eijndhoven

Feije Smies - van Eijndhoven

Expert en strategisch adviseur hippische ruimtelijke ordening