Toekomstbestendige paardenhouderijen

Helaas zien wij dagelijks dat het ruimtelijk beleid wat gevoerd wordt voor paardenhouderijen in veel gevallen niet meer aansluit op de behoeftes van de paardenhouders. Zowel op professioneel als hobbymatig niveau is de sector flink gegroeid. Vanuit de praktijk blijkt dat de beleidsmogelijkheden van veel gemeenten nog niet ingespeeld zijn op deze trends. In dit artikel geeft Feije van Eijndhoven meer inzicht in de ontwikkelingen in de paardenhouderij en hoe Mount advies hier aandacht aan besteedt.


Wetgeving paardenhouderij

Nu is het ook nog eens zo dat het beleid van alle gemeenten anders is. Bij veel bestemmingsplannen zijn binnen de bestemming ‘agrarisch’ alleen een paardenfokkerij, hengstenhouderij en/of melkerij toegestaan. Elke andere vorm van paardenhouderij is binnen de bestemming ‘agrarisch’ dan uitgesloten. De scheiding tussen de typen paardenhouderij-bedrijven is in de praktijk echter moeilijk uitlegbaar en levert geregeld problemen op. Maneges met enkel manegepaarden bestaan nagenoeg niet meer. In veel gevallen is er altijd de combinatie met pensionstalling, handelsstal, privéstal en/of fokkerij. Hier zien we zelfs in veel gevallen dat de pensionstalling groter is dan het manegegedeelte. Bij stoeterijen en fokkerijen worden jonge paarden opgeleid en getraind voor de verkoop, ook hier worden vaak weer boxen verhuurd aan meerdere ruiters met een trainings- of handelsstal om zo een basisinkomen te kunnen garanderen.

image

Op dit moment maken gemeenten in hun bestemmingsplan onderscheid tussen een gebruiksgerichte of een productiegerichte paardenhouderij. Al is de ruimtelijke impact van een gebruiksgerichte paardenhouderij of een productiegerichte paardenhouderij gelijkwaardig en de milieutechnische impact identiek. Het enige verschil wat gemaakt kan worden is dat een manege een veel grotere verkeersaantrekkende werking heeft. Het is belangrijk om na te gaan welke (ruimtelijke) mogelijkheden de gemeente biedt aan een productiegerichte paardenhouderij, gebruiksgerichte paardenhouderij en/of manege en welke bedrijfsactiviteiten onder deze typen zijn toegestaan. De mogelijkheden kunnen per type verschillend zijn. Denk hierbij aan de bouwmogelijkheden, uitbreidingsmogelijkheden, het organiseren van wedstrijden en evenementen etc.  


Bestemmingsplan aanpassen

Wanneer een hippische ondernemer een locatie heeft met een bedrijf met deels een productiegebonden tak en deels een gebruiksgerichte tak, wat meer regel is dan uitzondering, dan mag hij zich vaak niet vestigen op een agrarische locatie. Hierdoor is het vestigen, maar ook de verkoopbaarheid van agrarische locaties, binnen de gemeente minder makkelijk. In de praktijk zou het veel beter zijn om alle vormen van paardenhouderij met uitzondering van maneges binnen de bestemming ‘agrarisch’ toe te staan, al dan niet in combinatie met een functieaanduiding ‘paardenhouderij’. De winst die hiermee behaald kan worden is dat we in Nederland nu al te maken hebben met enorm veel leegstaande stallen en andere gebouwen in het buitengebied. Er is veel vraag naar nieuwe locaties voor het oprichten van paardenhouderijen. Wanneer een paardenhouder zich makkelijk, zonder lange ruimtelijke procedure op een agrarische locatie kan vestigen (milieuwetgeving en wet natuurbescherming daargelaten) heeft dit een zeer positief effect op het buitengebied en de VAB-locaties.


Paardenbak

Maar niet alleen in de basis lopen gemeenten achter in de trends van de sector. Bij veel gemeenten staat er bijvoorbeeld ook opgenomen in het bestemmingsplan dat een paardenbak maximaal 800 m2 mag zijn. Voor een professionele paardenhouderij is dit vaak niet voldoende. Een bak van 30 x 70 meter is nu de meest gangbare maat die wij bij Mount advies realiseren bij professionele bedrijven. Hier kan een ring van 20 x 60 meter op uitgezet worden waar dan nog omheen gereden kan worden, iets wat door veel ruiters als must wordt gezien.
 
Voor de hobbymatige paardenbak staan veel gemeenten ook maar een maat van 800m2 toe. Helaas is ook deze oppervlakte in de praktijk vaak niet (meer) voldoende. Een hobbyruiter die met zijn paard in de Z klasse start moet op wedstrijdniveau een proef rijden in een 20m x 60m. Om de wedstrijdproeven te kunnen oefenen is het dus van belang dat thuis in eenzelfde formaat paardenbak geoefend kan worden. Een hobbymatige paardenbak moet in onze ogen daarom ook altijd een maat mogen hebben van 1200m2.

Meer weten over paardenbakken? Zie ook onze andere artikelen voor hobbymatige paardenhouders en bedrijven hierover.

image

Groom- en gastenverblijven

Professionele paardenbedrijven hebben behoefte aan huisvesting van grooms, stagiaires, ruiters in opleiding en (buitenlandse) gasten. Het beleid van gemeenten en provincies is er al jaren op gericht het aantal woningen in het buitengebied niet significant te laten groeien. Belangrijk is om aan te geven dat het niet om volwaardige woningen gaat, maar om tijdelijk verblijf van gasten. Dit kan zowel op basis van short-stay, middle-stay maar ook long-stay. We zien bij gemeenten waarin de paardensport een belangrijke marktpositie heeft ingenomen al soepelere regelgeving. Gemeenten waar heel veel topstallen zich gevestigd hebben, zoals Peel en Maas en Horst aan de Maas, snappen inmiddels hoe het werkt in de paardenwereld en dat het wenselijk en ook noodzakelijk is dat er werknemers op stal verblijven. 


Paarden paddock

Een nieuwe trend en ontwikkeling is om paarden niet meer in aparte boxen te huisvesten, maar de paarden in natuurlijker groepsverband te houden. Deze manier van paarden houden sluit goed aan bij de wensen van de overheid en de maatschappij met betrekking tot het verhogen van dierenwelzijn in de hippische sector. Vormen van het nieuwe paardenhouden zijn het realiseren van Paddock Paradise stallen of HIT-actiefstallen. Deze bestaan uit een grote gezamenlijke paddock met voer- en schuilvoorzieningen waar de paarden altijd in een grote groep staan en een trainingsruimte voor het trainen van de paarden en ontvangst van eigenaren. De paarden kunnen 24 uur per dag naar buiten en hebben veel bewegingsvrijheid. Er is voor het berijden en trainen van de paarden een trainingsruimte nodig, maar door de afwezigheid van paardenboxen wordt bespaard in het ruimtegebruik.
 
Op de gezamenlijke paddock staan op verschillende plaatsen voerstations waar per paard een hoeveelheid voer ingesteld kan worden. Vanuit de paddock kunnen de paarden via een selectiesysteem (al dan niet elektronisch) de wei in. Deze vorm van paardenhouden staat echter nog in de kinderschoenen. Er is nog een heel lange weg te gaan voordat meer paardenhouderijen overgaan op een meer natuurlijke wijze van paarden houden. Een belangrijke tegenhanger van deze manier van paardenhouden is de economische waarde van paardenhandel. Paarden in groepsverband loper een groter risico op blessures en ziektes. Daarnaast is bij snelle paardenhandel geen sprake van een vaste kudde. Omdat de samenstelling continu verandert kan dit veel stress opleveren binnen een kudde. Het proces om te komen tot een meer diervriendelijke manier van paardenhouden zal dan ook nog jaren gaan duren.  


Beleidsregels

In de praktijk komt Mount advies veel paardenhouders tegen die tegen een verouderd beleid aanlopen. Door in gesprek te gaan met de gemeente, proberen we deze bewust te maken van de huidige vraag en voordelen van paardenhouderijen in het buitengebied. Daarnaast adviseert Mount advies diverse gemeenten bij het (her)schrijven van de beleidsplannen op paardenhouderij-gebied.

Heb je nog vragen? Ik sta graag voor je klaar.

Feije Smies - van Eijndhoven

Feije Smies - van Eijndhoven

Adviseur ruimtelijke ordening | Buitengebied | Paardenhouderij | Milieu